Tienermoeders blijven kwetsbaar

Geschatte tijd om tekst te lezen:4 minu(u)t(en)

Er zijn steeds minder tienermoeders in Vlaanderen. Ook al zijn ze met minder, ze blijven een kwetsbare groep. Inzetten op preventie en ondersteuning is belangrijk.

Cijfers

Het aantal tienermoeders in Vlaanderen kent een nieuw laagterecord. Dat is geen verrassing. Het aantal geboortes bij meisjes onder de leeftijd van twintig jaar daalt al acht jaar op rij. In 2007 waren er 1.395 Vlaamse tienermoeders, in 2015 nog 843. Dat zijn er 552 of bijna een op drie minder dan acht jaar geleden. De gemiddelde leeftijd van een tienermoeder blijft wel constant op 18,6 jaar.

Minder tienerzwangerschappen?

Of deze cijfers ook duiden op een daling van het aantal tienerzwangerschappen is niet zeker. Daarvoor zouden we het aantal geboortes naast het aantal abortussen in deze leeftijdsgroep moeten leggen. Die abortuscijfers zijn echter sinds 2011 niet meer gepubliceerd.

Worden tienermeisjes minder vaak (on)gepland zwanger? Is die daling een gevolg van een betere relationele en seksuele vorming? Dat valt dus niet met zekerheid te zeggen.

Wat we wel weten is dat het aantal abortussen bij meisjes jonger dan twintig tot 2011 min of meer constant bleef. Als we er voorzichtig van uitgaan dat deze trend zich voortzet, mogen we concluderen dat het totaal aantal tienerzwangerschappen het laatste decennium daalt. Bovendien daalt ook het algemene geboortecijfer. Er zijn op jaarbasis sowieso minder zwangerschappen dan tien jaar geleden.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Sekswerk onder studenten

Geschatte tijd om tekst te lezen:4 minu(u)t(en)

Zijn studenten actief in de seksindustrie? Zijn studenten sekswerkers een mythe of realiteit?

In Vlaanderen hebben we er het raden naar. Tot vandaag ontbreekt Vlaams wetenschappelijk onderzoek over het actief zijn van studenten in de seksindustrie. Dit symposium geeft u een overzicht van de huidige state of the art in internationale wetenschappelijke kennis en inzichten over de aard van studenten-participatie in de seksindustrie én de best mogelijke manier om deze, door schaamte en taboe moeilijk te bereiken, groep te ondersteunen.

Internationale experts van The student Sex Work Project (Swansea University – Verenigd Koninkrijk), het eerste grootschalige onderzoek- & dienstverleningsproject specifiek gericht op studenten sekswerkers, delen in Hasselt hun kennis, inzicht en expertise met u. Wetenschappelijke inzichten vanuit grootschalig onderzoek (meer dan 7000 deelnemende studenten in de UK) over de aard, motieven, kwestsbaarheden en ondersteuningsbehoeften worden op een interactieve manier aan u voorgesteld.

Naast onderzoek ook grote aandacht voor dienstverlening! Concrete handvatten voor het opzetten van bv. SOA & HIV screening en psychosociale begeleiding (in real life en online) worden voorgesteld aan de hand van praktijkvoorbeelden uit de UK. Goed onderzoek en goede dienstverlening hebben een maatschappelijke impact, doorbreken taboes en halen thema’s uit een sfeer van schaamte en verborgenheid. Met audiovisuele kunst als medium krijgt u voorbeelden te zien van hoe kunst de sociale wetenschap kan helpen maatschappelijke verandering te creëren.

Met een combinatie van lezingen, workshops en filmvoorstellingen geeft dit symposium u bruikbare inzichten en praktijkhandvatten, eenvoudig te vertalen naar uw eigen werkcontext.

Lees hier een (Engelstalige) samenvatting van het onderzoek

PXL-Congress – Elfde Liniestraat 23a (gebouw D) – 3500 Hasselt 1/06/2017

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Jongeren, seks en online media : praat erover

Geschatte tijd om tekst te lezen:5 minu(u)t(en)

Weten ouders, hulpverleners, opvoeders of leerkrachten wat een kind online doet? Op welke sociale netwerken zijn ze actief? Met wie zijn ze bevriend? Beseffen we voldoende dat sociale media ook geseksualiseerde media zijn?
seks

Kinderen en jongeren zijn gek van online media. Via allerlei internetplatformen treden ze snel in interactie met elkaar en met de wereld. Het gaat over weblogs, YouTube, Vimeo, Facebook, wiki en andere.

Vooral sociale media zijn populair. Hier kan men onderling contact hebben via tekst, beeld, klank of games, zonder of met slechts geringe tussenkomst van een redactie.

Volgens Child Focus is in België ongeveer 40% van de kinderen tussen negen en twaalf jaar ingeschreven op een sociale website. In Nederland gaat het om 70%. Vanaf de puberteit gaat het zelfs om bijna 100%. Volgens KidsOnline is de gemiddelde leeftijd waarop men de eerste stappen in de wereld van de sociale media zet, ongeveer acht tot negen jaar.

Pubers voelen zich massaal aangetrokken tot sociale media omwille van de dynamische interacties. Zij groeien op met een haast aangeboren interesse voor het onlinegebeuren.

Ze worden daarom al eens ‘screenagers’ genoemd. Deze samentrekking van ‘screen’ en ‘teenager’ duidt op de vlotheid waarmee jongeren technologie aanwenden om met elkaar in verbinding te staan en elkaar te ‘liken’.

Hierbij lijkt een ongezonde gedragscomponent niet ver weg te zijn. Volgens sommige psychologen kan deze sterke behoefte aan interactie en zich steeds verbonden willen voelen met elkaar, wijzen op een obsessieve en compulsieve aandoening.

Op zich is deze hang naar likes niet abnormaal. Ook in het leven zonder sociale media doet dit zich voor. Jonge mensen zijn op zoek naar zichzelf via de anderen. Populariteit is dan niet enkel een barometer voor sociaal succes, maar ook een vorm van zelfontplooiing.

….

Jongeren kunnen voor zichzelf een gevaar vormen indien zij door frequent contact met geseksualiseerde media aan het eigen zelfbeeld gaan twijfelen. Ze beschouwen hun lichaam als minderwaardig tegenover wat er getoond wordt.
Seksueel getinte beelden

Uit onderzoek van Sensoa blijkt dat jongeren regelmatig met seksueel getinte beelden te maken krijgen en actief op zoek gaan naar seks en porno. Dit behoort tot op zekere hoogte tot de hedendaagse kanalen om het zelf- en seksuele lichaamsbeeld te ontdekken. Toch mogen we niet goedgelovig stellen dat het hier sowieso bij zal blijven.

Het feit dat men zich met groot gemak toegang kan verschaffen tot porno doet ernstige vragen stellen. Naast een interessante en handige bron van informatie, kunnen de nieuwe media ook een ernstig gevaar inhouden voor de psycho-seksuele en relationele ontwikkeling van jonge mensen.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Veel kinderen zien bloot en seks op internet

Geschatte tijd om tekst te lezen:3 minu(u)t(en)

Veel kinderen zien op internet wel eens plaatjes of beelden van blote mensen of van mensen die seks hebben. Deskundigen vinden dat kinderen daar ook les over moeten krijgen.

Onderzoek

Uit onderzoek van het Jeugdjournaal blijkt dat 7 van de 10 kinderen wel eens plaatjes of filmpjes van blote mensen zien. En 1 op de 3 ziet wel eens beelden van seks. Ze zien dat op hun tablet, telefoon of computer. Dat gebeurt meestal thuis, maar soms ook bij een vriendje thuis of op school.

Veel kinderen zien het als ze eigenlijk naar iets anders zoeken (39 procent), maar het wordt ook vaak doorgestuurd via een vriendje of vriendinnetje (31 procent). Sommige kinderen (17 procent) zoeken er zelf naar.

Uit het onderzoek blijkt dat de meeste kinderen thuis wel praten over wat ze hebben gezien. “Maar sommigen vertellen het aan niemand”, vertelt Coenen. “Hoe ouder ze zijn, hoe minder vaak ze het aan iemand vertellen. Een kwart vertelt er niets over.”

Deskundigen vinden het belangrijk dat kinderen les krijgen over bloot- en seksbeelden. Volgens Coenen geeft veertig procent van leerlingen die in groep 8 zitten aan dat ze dat niet krijgen. “Het is belangrijk dat ze al op de basisschool leren hoe ze hiermee kunnen omgaan.”

Scholing bereidt de kinderen voor en maakt hen weerbaar. “Ze staan op het punt om naar de middelbare school te gaan. Daar kunnen ze niet alleen in aanraking komen met seksueel getinte beelden, maar bijvoorbeeld ook met sexting en grooming.”

 

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Jongeren vaak niet meer in staat tot ‘echt’ contact

Geschatte tijd om tekst te lezen:4 minu(u)t(en)

Jongeren hebben steeds meer moeite om ‘in het echte leven’ te praten met elkaar of relaties aan te knopen. Dat concludeert jongerentelefoon Awel, op basis van contacten met jongeren.

Toen er nog geen sociale media waren, waren de regels eenvoudig. Je werd verliefd, je verzamelde al je moed, je stapte op de ander af en dan kon het alle kanten uit. Met de komst van Facebook, Instagram en andere socialenetwerksites veranderde dat. Contact leggen kon voortaan ook virtueel. Maar de gevolgen zijn dramatisch, stelt Awel vast. Uit gesprekken die de jongerentelefoon had met 120 jongens en meisjes tussen 11 en 19, blijkt dat jongeren het als een heel groot probleem ervaren om los te komen van dat virtuele en elkaar te leren kennen in het ‘echte’ leven.

“Sociale media hebben de drempel om contact te leggen erg laag gemaakt”, zegt Sibille Declercq van Awel. “In plaats van op de speelplaats op elkaar af te stappen, sturen jongeren elkaar een ‘vriendschapsverzoek’. Ze chatten, maar ze praten niet in het echt. Als dat moment er dan tóch komt na een tijdje, weten ze niet waarover ze het moeten hebben.”

Uit een onderzoek dat de Universiteit Antwerpen uitvoerde bij bijna vijfhonderd jongeren, blijkt dat flirten een voornamelijk digitale aangelegenheid is geworden. Doctoraatsonderzoeker Joris Van Ouytsel: “Online vallen de remmingen weg. Als je de ander niet moet aankijken, vinden jongeren praten gemakkelijker. Je doet het op je eigen tempo, want je kiest zelf wanneer je antwoordt op een bericht. En afwijzing per sms komt minder hard aan.”

Relaties starten niet alleen steeds vaker op sociale media, soms gaan ze daar vaak ook een heel eigen leven leiden. Declercq: “We komen soms in contact met jongeren die zeggen dat ze hun lief énkel kennen vanop sociale media en hem of haar nog nooit in het echt hebben gezien.”

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Redenen waarom jongeren maagd willen blijven

Geschatte tijd om tekst te lezen:2 minu(u)t(en)

Een recente Amerikaanse studie onderzocht 23 jaar verklaringen van studenten voor hun redenen om maagdelijk te blijven of m.a.w. nog niet aan seks te beginnen.  De onderzoekers melden dat de term ‘maagdelijkheid’ een zeer beladen term is, vol met religieuze en morele ondertoon, maar er is geen goed alternatief. ‘Seksuele onthouding’ of “seksueel onervaren” zijn geen goede omschrijvingen voor jongeren die nog geen ervaring hebben met geslachtsgemeenschap.

Meer dan 7.000 studenten vulden een vragenlijst die peilde naar meer details over hun seksuele geschiedenis. Dit onderzoek bleef vrij consistent door de jaren heen. Een totaal van 1060 studenten in de loop van 23-jaar gaven aan nog  maagd te zijn en verstrekten informatie  over hun redenen en gevoelens daarbij. Elk jaar waren er ongeveer  200-350 studenten (ongeveer 15%) die melden nog maagd te zijn. De redenen varieerden over individuen, over geslachten, zelfs over etnische groepen, maar niet zozeer in de tijd.

Hier zijn de meest voorkomende redenen:

“Niet genoeg liefde” en “angst” waren de meest voorkomende redenen voor het behoud van de maagdelijkheid, gevolgd door “persoonlijke overtuigingen”, “onzekerheid”, “een onwillige partner” en “gebrek aan verlangen.”

Vijf van de zes redenen voor het maagd blijven, bleven constant tijdens de studie. Slechts één reden voor maagdelijkheid veranderde in de 23 jaar dat de onderzoekers studenten ondervroegen: angst. Er was een piek in angst als een reden voor het behoud van de maagdelijkheid in de late jaren 1990 tot 2000 tijdens de piek van de HIV / AIDS-epidemie, waarna dit  als reden terug gestaag daalde. Bij de meest recente bevraging scoorde angst op het laagste niveau.

Angst voor ongewenste zwangerschap bleef wel hoog in de hele periode, en dit ondanks voldoende kennis omtrent anticonceptie en het voorhanden zijn van middelen. Angst om zwanger te worden, scoorde hoger dan  angst voor soa’s in het algemeen, of HIV / AIDS in het bijzonder.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Online anticonceptiewijzer helpt om anticonceptie te kiezen die bij je past

Geschatte tijd om tekst te lezen:2 minu(u)t(en)

Welk anticonceptiemiddel zou jij kiezen? Het is een vraag die vrouwen (én mannen) zich te weinig stellen. De nieuwe anticonceptiewijzer  van Sensoa helpt om een doordachte keuze te maken, want er zijn heel wat factoren die daarin meespelen. Bovendien verhoogt de kwaliteit van de gemaakte keuze, het resultaat. Met andere woorden, hoe bewuster de keuze, hoe effectiever het werkt.

Iene, miene, mutte…

Tegenwoordig zijn er heel wat anticonceptiemiddelen op de markt. Dat is een goede zaak. Bovendien zijn vrouwen kritischer geworden over wat ze wel of niet willen. Waar ze vaak niet bij stilstaan, is dat niet alle keuzes met elkaar verenigbaar zijn. Wil je zelf je menstruatie regelen, dan ben je sowieso aangewezen op hormonale anticonceptie. Wil je niet dagelijks maar enkel wekelijks of maandelijks aan anticonceptie denken, dan zal je langs de dokter moeten passeren. De anticonceptiewijzer laat vrouwen (en mannen) online kiezen welke factoren zij belangrijk vinden bij het gebruik van anticonceptie en welke impact deze keuze heeft op de geschikte middelen.

Goede keuze, beste resultaat

De anticonceptiewijzer geeft uitgebreide info over de verschillende middelen/methoden die beschikbaar zijn. Daarnaast geeft hij inzicht in de factoren die de anticonceptiekeuze bepalen, zoals bv. gebruiksgemak, betrouwbaarheid, levensstijl,… Dat is belangrijk, want anticonceptie op maat draagt bij tot een beter gebruik ervan. Anticonceptiecounseling waarbij al deze elementen mee in rekening gebracht worden, is dus een essentiële factor in de preventie van ongeplande zwangerschappen.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Geluk van hebben van kinderen slijt snel

Geschatte tijd om tekst te lezen:2 minu(u)t(en)

Photo by Michael “Mike” L. Baird

Maken kinderen nu wel of niet gelukkig? Onderzoekers vergeleken een hele berg data uit vier landen en concluderen: het eerste jaar na de geboorte zijn ouders gelukkiger, maar dat effect ebt snel weg. Na twee jaar zijn ze weer even gelukkig als voor ze kinderen hadden.

Kinderen maken mannen en vrouwen niet aanzienlijk gelukkiger, of toch niet voor lang. Dat zei professor Andrew Clark, verbonden aan de Paris School of Economics, tijdens een conferentie in Londen naar aanleiding van een nieuwe studie ‘The Origins of Happiness’.

Volgens de professor maken kinderen je wel degelijk een beetje gelukkiger, maar blijft die boost niet duren. Hij beweert dat het geluksgevoel van de ouders na een periode van twee jaar weer helemaal hetzelfde is als toen er nog geen baby was. Een lange relatie zonder kinderen zou koppels wél constant gelukkig houden. Hoe Clark de geluksniveaus van mensen uit Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Duitsland en Australië heeft gemeten, is wel niet helemaal duidelijk.

Professor Andrew Clark van de Paris School of Economics zegt hierover: “Het hebben van een partner zorgt op de lange termijn wél voor een positief effect op geluk. Maar als het om kinderen gaat, passen ouders zich snel aan en blijft het geluksniveau uiteindelijk min of meer gelijk.” De studie keek alleen naar de eerste vier jaar na de geboorte. Het kan zijn dat op latere leeftijd kinderen wel het geluksgevoel vergroten.

“Er is positieve spanning als het kindje in aantocht is, vreugde als het wordt geboren en binnen de twee jaar is er volledige aanpassing gebeurd”, aldus Clark. Zijn studie heeft echter veel beperkingen.

Voor de studie, die gegevens uit Duitsland, de VS, Engeland en Australië bevatte, werd het geluksniveau van vaders en moeders gemeten voor en nadat ze kinderen kregen. Over het algemeen steeg het gelukscijfer op een schaal van 1 tot 10 met 0,25 punt. Maar na twee jaar bleek dit effect verdwenen.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Leren hechten in de virtuele wereld

Geschatte tijd om tekst te lezen:3 minu(u)t(en)

Had je een Tamagotchi als een kind, of een soortgelijk spel waar je voor een huisdier of een persoon moest zorgen (bijvoorbeeld Nintendogs)? Heb je een hele hoop tijd geïnvesteerd als kind om uw virtueel diertje te verzorgen?   In de VS ontwikkelden universiteitsmedewerkers een virtueel kind waarvoor je moet zorgen om te kijken hoe je omgaat met hechting aan een baby, of je er voor kan zorgen, en.  Het kind wordt geboren en doorloopt alle leeftijden maar doet dat in een snel tempo. De keuzes die je maakt voor zijn of haar leven zijn onomkeerbaar. De onderzoekers wilden weten of de gevoelens ten opzichte van een “virtueel kind” gerelateerd zijn aan comfort  om dicht bij anderen in het echte leven te zijn.

Vanaf het moment dat mensen  jong zijn, leren ze ook dat ze op anderen kunnen rekenen in tijden van nood. Ze leren zich ook hechten aan personen, aan jong en oud. Sommigen ontwikkelen angstig en/of vermijdend hechtingsgedrag.  Sommigen ontwikkelen een angstig gedrag waarbij ze continu vrezen dat anderen hen zullen verlaten.  Er is niet zoveel onderzoek hoe attachment betrekking heeft ten opzichte van het hebben van kinderen. Echter, Rholes en  zijn collega’s vonden dat mensen die vermijdingsgedrag vertonen minder kans hebben om kinderen te hebben en zich veilig te hechten. Men wilde nu onderzoeken hoe gehechtheid zich verhoudt ten opzichte van virtuele kinderen? De onderzoekers verwachten dat de mensen met hoog vermijdingsgedrag en angst om zich te binden minder positieve gevoelens ontwikkelen ten opzichte van het opvoeden van een virtueel kind dan mensen met een lage vermijdingsstrategie in hechting.

145 studenten kregen een  virtueel kind toegewezen in het kader van een opdracht voor een universitaire opleiding. De studenten konden een aantal fysieke kenmerken van het kind zelf bepalen, maar het geslacht werd willekeurig toegewezen. De studenten moesten heel wat tijd spenderen aan hun virtueel kind(ongeveer 20 uur). Gedurende 12 weken moesten  studenten dingen doen, zoals hen eten geven en discipline bijbrengen.  Ze moesten telkens reflecteren over hun  ervaringen. Ze werden beoordeeld op wat ze schreven. Na 12 weken moesten ze vragen beantwoorden over hun houding ten opzichte van hun virtuele kind. Vragen gingen over hoe positief studenten zich voelden ten opzichte van hun kind, hoe veilig ze dachten dat hun kind was, en hoe bereid ze waren om er te zijn voor hun kind. Zij voltooiden ook een vragenlijst omtrent angstig en vermijdend hechtingsgedrag.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Mixed – methods evaluatie van Girls’Talk+ : een counselingsprogramma over relaties en seksualiteit voor meisjes met een lichte verstandelijke beperking

Geschatte tijd om tekst te lezen:2 minu(u)t(en)

Introductie
Meisjes met een lichte verstandelijke beperking (LVB) lopen grotere risico’s wat betreft hun seksuele gezondheid dan normaalbegaafde meiden. Zo maken ze vaker seksueel grensoverschrijdend gedrag mee, en zijn er aanwijzingen dat ze een grotere kans hebben om onbedoeld zwanger te worden of een soa op te lopen.

Dit heeft te maken met onvoldoende kennis over (juist gebruik van) anticonceptie, soa en veilige seks, en de gebruiken en gevaren van internet en loverboys. Daarnaast hebben ze vaak een laag zelfbeeld, kunnen ze eigen grenzen en wensen niet goed herkennen, hebben ze gebrekkige sociale vaardigheden, zijn ze vaak afhankelijk van anderen, en kunnen ze moeilijk situaties en de intenties van anderen inschatten. Rutgers heeft daarom het seksespecifieke groepscounselingsprogramma Girls’Talk+ ontwikkeld, met als doel dat deze meiden 1. meer regie krijgen over eigen wensen en grenzen ten aanzien van relaties en seksualiteit, 2. een positiever zelfbeeld ontwikkelen, 3. (intentie tot) veilig vrijgedrag kunnen laten zien en 4. steun en hulp kunnen vragen bij vragen en problemen op het gebied van relaties en seksualiteit. Dit programma is geëvalueerd en op effectiviteit onderzocht.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

1 2 3 7