Tienermoeders blijven kwetsbaar

Geschatte tijd om tekst te lezen:4 minu(u)t(en)

Er zijn steeds minder tienermoeders in Vlaanderen. Ook al zijn ze met minder, ze blijven een kwetsbare groep. Inzetten op preventie en ondersteuning is belangrijk.

Cijfers

Het aantal tienermoeders in Vlaanderen kent een nieuw laagterecord. Dat is geen verrassing. Het aantal geboortes bij meisjes onder de leeftijd van twintig jaar daalt al acht jaar op rij. In 2007 waren er 1.395 Vlaamse tienermoeders, in 2015 nog 843. Dat zijn er 552 of bijna een op drie minder dan acht jaar geleden. De gemiddelde leeftijd van een tienermoeder blijft wel constant op 18,6 jaar.

Minder tienerzwangerschappen?

Of deze cijfers ook duiden op een daling van het aantal tienerzwangerschappen is niet zeker. Daarvoor zouden we het aantal geboortes naast het aantal abortussen in deze leeftijdsgroep moeten leggen. Die abortuscijfers zijn echter sinds 2011 niet meer gepubliceerd.

Worden tienermeisjes minder vaak (on)gepland zwanger? Is die daling een gevolg van een betere relationele en seksuele vorming? Dat valt dus niet met zekerheid te zeggen.

Wat we wel weten is dat het aantal abortussen bij meisjes jonger dan twintig tot 2011 min of meer constant bleef. Als we er voorzichtig van uitgaan dat deze trend zich voortzet, mogen we concluderen dat het totaal aantal tienerzwangerschappen het laatste decennium daalt. Bovendien daalt ook het algemene geboortecijfer. Er zijn op jaarbasis sowieso minder zwangerschappen dan tien jaar geleden.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Advies erkenning beroep klinisch seksuoloog (België)

Geschatte tijd om tekst te lezen:3 minu(u)t(en)

De Hoge Gezondheidsraad (HGR) verstrekte in december 2016 een advies omtrent een definitie, een beschrijving van de beroepsactiviteit en een competentieprofiel van de klinisch seksuoloog als een gezondheidszorgbeoefenaar in België.
De seksuele gezondheid wordt door de WGO gedefinieerd als “een met seksualiteit verbonden toestand van lichamelijk, emotioneel, mentaal en sociaal welzijn; het is niet enkel de afwezigheid van ziekte, disfunctie of gebrek.

Seksuele gezondheid vereist een positieve en respectvolle benadering van seksualiteit en seksuele relaties. Seksuele gezondheid vereist ook het mogen en kunnen aangaan van plezierige en veilige seksuele ervaringen; vrij van dwang, discriminatie en geweld. Om seksuele gezondheid te bereiken en te behouden, moeten de seksuele rechten van alle mensen gerespecteerd, beschermd en gerealiseerd worden” .

Deze definitie impliceert dat het werkveld van een klinisch seksuoloog breed is en behalve het werken rond en behandelen van seksuele disfuncties, (belevings)problemen en seksuele zorgen eveneens activiteiten omvat rond (psycho-)educatie en advies. De seksuologie is daarenboven nauw verbonden met de voortplanting en dus de reproductieve gezondheid.
De klinische seksuologie is geen specialisatie van een ander gezondheidsberoep, maar een autonoom gezondheidsberoep. De HGR definieert de klinische seksuologie als volgt : “De klinische seksuologie is een klinische discipline waarin theorieën, methoden en technieken uit de biomedische en psychosociale wetenschappen worden ontwikkeld en autonoom worden toegepast door een daartoe specifiek opgeleide gezondheidszorgprofessional, met als doel de seksuele gezondheid van alle gezonde of zieke personen, koppels, gezinnen, groepen of gemeenschappen te verbeteren.

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.

Poliklinische behandeling van groepsverkrachting werkt

Geschatte tijd om tekst te lezen:8 minu(u)t(en)

Jeugdige groepsverkrachters plegen na poliklinische behandeling niet opnieuw een zedendelict. Zonder behandeling recidiveert 12 procent. Van de soloverkrachters pleegt 5 procent na behandeling opnieuw een zedendelict, zonder behandeling is dat 10 procent.

Dit bleek uit een studie van Jan Hendriks, ontwikkelingspsycholoog en hoofd afdeling jeugd van de forensische polikliniek De Waag in Den Haag. Hij bestudeerde met hoogleraar Catrien Bijleveld, hoogleraar methoden en technieken van criminologisch onderzoek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, de recidive van 325 mannelijke jeugdige zedendelinquenten. 106 van die jongens kregen één tot twee jaar lang één therapiesessie per week. Gemiddeld werden de jongens ruim zes jaar gevolgd. Deze week wordt het onderzoek gepubliceerd in het Tijdschrift voor Seksuologie.
Groepsverkrachtingen door jongeren lijken de laatste jaren vaker voor te komen. Justitie onderzoekt daarom de achtergronden van een reeks groepsverkrachtingen in Rotterdam. Van alle onderzochte jeugdige zedendelinquenten recidiveert 8 procent naar een nieuw zedendelict.

Het risico is het grootst voor jongens die niet zijn behandeld (9 procent) of voor solodaders bij wie de behandeling ,,een negatief verloop” had (19 procent). Dat betekent dat behandelaars de sessies niet goed vinden verlopen. Van de solodaders bij wie de therapie volgens behandelaars leek te helpen recidiveerde 4 procent. Groepsverkrachtingen vinden meestal plaats door vier jongens van gemiddeld 14 jaar. Tweederde is allochtoon, de slachtoffers zijn vaak autochtoon.

Enkele jonge daders achter een groepsverkrachting van een bewusteloos 17-jarig meisje in het Belgische Oostende tonen geen enkel berouw. ,,Ze moet niet klagen. Vrouwen moeten luisteren naar mannen”, zo verklaarden de 14- tot 25-jarigen tijdens een politieverhoor. Bij onderzoek vond de politie in de gsm van de jongen ook een filmpje. Samen met zes anderen komt hij in beeld rond een schijnbaar bewusteloos meisje. Ze trekken haar broek naar omlaag, duwen haar benen open, betasten en verkrachten haar. Ze lachen en staan te dansen en te zingen in het Arabisch rond het slachtoffer. Het meisje van 17 jaar oud was eerder op de avond iets gaan drinken met haar vriend. Van daaruit belandde ze op een feestje in Oostende. Naar verluidt zou er overdreven veel sterkedrank gedronken zijn. Het meisje zou daarbij bewusteloos geraakt zijn. Of ze zelf op het bed ging liggen of naar daar gebracht is, is onduidelijk. Het meisje kwam uiteindelijk thuis met een taxi.

Officiële criminaliteitscijfers in Duitsland geven aan dat ongeveer 6,5 procent van alle verkrachtingen en seksuele aanrandingen door groepen wordt gepleegd. De daders zijn vooral jongemannen en tieners uit alle lagen van de bevolking, soms doen ook vrouwen mee. De slachtoffers zijn overwegend jonge vrouwen, vaak werkloos of laag opgeleid.

Dwight, nu 17 jaar, schrijft in zijn werkboek in een kinderlijk rond handschrift over de groepsverkrachting waaraan hij vorig jaar deelnam: ,,Ik wou seks hebben. Ik dacht er niet bij na wat zij wou.” Het werkboek maakt deel uit van zijn therapie. Dwight moest van zijn therapeut aan het delict denken en de volgende zinnen afmaken: Ik dacht dan vaak… Dwight schrijft: ,,alleen aan seks hebben (…)” Ik deed dan gewoonlijk vooraf… Dwight: ,,seksueel fantasieën. Over hoe het zou zijn (…) Ik maakte plan in de kelderbox.” Ik praatte mijn gedrag goed door… ,,Dat ze het zelf wil. Want ze doet het met iedereen. Ze vindt het lekker.”

Dwight (fictieve naam), een Nederlandse allochtone jongen verkrachtte, samen met twee vrienden, een 13-jarig meisje in een kelderbox. Ze ging er vrijwillig naar binnen, haar vriendin bleef buiten wachten. Het was een van een serie geruchtmakende groepsverkrachtingszaken die plaatsvonden in Rotterdam, en die voor justitie aanleiding waren een onderzoek in te stellen naar de achtergronden van de zaken.
Na aandringen van Dwight pijpte het meisje hem en zijn vrienden, en trok hen af. Vervolgens werd ze verkracht. Ze zei, zo verklaarden de jongens, ,,ik wil dit niet, ik wil dit niet”. Dwight vertelt zijn therapeut: ,,Ik wist toen nog niet dat het verkeerd was.” Zijn therapeut schrijft in zijn dossier: ,,Daar kwam hij pas een paar weken later achter.”

Lees meer

© De copyrights van de hier weergegeven tekst rusten bij de oorspronkelijke auteur(s). Geen overname tenzij met toestemming van de oorspronkelijke auteur(s). Vermelding op deze website is enkel om educatieve redenen. Onderaan de informatie vindt u telkens zoveel mogelijk de originele bronnen voorzover ons bekend. Inden er auteursrechterlijke schendingen zijn, zijn die onvrijwillig door onbekendheid/onwetendheid en niet met opzet gebeurd. Mocht u het ongepast vinden dat uw eigen informatie/foto's op deze website worden vermeld of is er geen correcte bronvermelding naar uw informatie, contacteer dan gerardgielen@telenet.be met opgave van de betrokken schending van copyrights. De info zal dan zo snel mogelijk aangepast en/of verwijderd worden. Deze website is reclamevrij en heeft geen inkomsten van welke aard ook.