Hechtingsstijl

Liefde is een van de mooiste dingen die er zijn. Tegelijkertijd is het voor veel mensen een van de moeilijkste dingen die er zijn. Want liefde geven en nemen is niet iets wat automatisch goed gaat. Heb je in je jeugd de verkeerde voorbeelden gehad of anderszins nare ervaringen opgedaan, dan kan wantrouwen en/of angst de kop opsteken. Je wordt onzeker over jezelf (‘Ben ik wel de moeite waard om van te houden?’) of je raakt ervan overtuigd dat anderen niet te vertrouwen zijn.

In je liefdesleven kan zich dat vertalen in hechtingsproblemen zoals afstandelijkheid, bindingsangst en verlatingsangst, met alle vervelende gevolgen van dien. Partners kunnen in een negatieve spiraal terechtkomen van geruzie en getouwtrek. Of je besluit je maar niet meer te hechten aan anderen, dan kun je tenminste ook niet gekwetst worden. Jammer genoeg modderen mensen vaak lang door met hechtingsproblemen. Vaak weten ze wel dat er iets niet goed zit in hun relatie, maar weten ze niet precies wat. Of ze weten wel waar het probleem zit, maar hebben er weinig grip op. Ze willen wel veranderen, maar weten niet hoe. Daardoor zorgen hechtingsproblemen vaak onnodig lang voor frustraties en verdriet.

Om als volwassene op een gezonde manier met intimiteit en met conflict te kunnen omgaan moet je als kind een min of meer veilige hechtingsstijl hebben ontwikkeld. Een hechtingsstijl waarin een gezond evenwicht is tussen autonomie en verbondenheid. De huidige maatschappelijke tendensen zetten sterk in op autonomie en persoonlijke ontwikkeling en veel minder op verbondenheid.

Ontmoeten mensen elkaar voor het eerst dan is het vaak seksuele aantrekkingskracht en verliefdheid die hen een relatie intrekt. Verliefdheid duurt echter niet langer dan een half tot twee jaar. Dan is het voorbij. Ondertussen zijn mensen emotioneel zich steeds meer aan elkaar gaan hechten. Is de hechting sterk genoeg dan blijven mensen bij elkaar, ook al ebt de verliefdheid weg. De verliefdheid heeft dan plaatsgemaakt voor ‘houden-van’. In plaats van seks en passie staan vooral gevoelens van geborgenheid, veiligheid en acceptatie centraal. Zijn mensen eenmaal emotioneel aan iemand gehecht dan gaat dat heel diep.

Omdat de hechting tussen partners zo diep gaat ontstaat deze dan ook niet van de ene dag op de andere. Je aan een partner hechten is een geleidelijk proces. Geleidelijk leer je elkaar steeds meer vertrouwen en raak je steeds meer met elkaar verbonden.

De theorie gaat terug op de hechtingstheorie van Bowlby. De centrale stelling: de mens is geprogrammeerd om met één liefde te leven, kan je onderbouwen met de hechtingstheorie van de Britse psychiater John Bowlby en met recente inzichten uit de neurobiologie, zoals de invloed van het hormoon oxytocine en het effect van spiegelneuronen op de ontwikkeling van empathie. De Britse psychiater werkte in de jaren vijftig van de vorige eeuw met kinderen die verwaarloosd waren of die gescheiden van hun ouders opgroeiden. Hij was ervan overtuigd dat het kind in zijn vroege ontwikkeling een stevige band met de moeder moest hebben, om van daaruit het leven nieuwsgierig te verkennen en aan te kunnen; een visie die feministen vurig bestreden. Bowlby onderscheidde drie ‘hechtingsstijlen’: veilig, angstig of vermijdend.

Mensen kunnen zich op verschillende manieren aan hun partner hechten. Sommige mensen zijn afhankelijker van hun relatie dan anderen. Sommige relaties kennen veel spanningen en problemen, andere niet. De manier waarop mensen zich aan hun partner hechten heeft vooral te maken met hoe ze omgaan met emotionele intimiteit binnen hun relatie.

Dat wil zeggen, durven partners zich kwetsbaar op te stellen? Wordt er gepraat over gedachten en gevoelens? Hoeveel tijd brengen partners met elkaar door? In hoeverre durven partners elkaar echt te vertrouwen? In hoeverre gaan partners hun eigen gang? Gaan partners op een onhandige of destructieve manier om met emotionele intimiteit dan kunnen ze ongelukkig worden in hun relatie en allerhande problemen krijgen, ook al houden ze nog zo veel van elkaar.

In de psychologie onderscheidt men 4 manieren waarop mensen zich aan hun partner kunnen hechten, ook wel hechtingsstijlen genoemd. Het zijn 4 manieren waarop mensen met liefde en intimiteit om kunnen gaan en die elk hun eigen soort problemen met zich meebrengen. Om te bepalen welke hechtingsstijl mensen hebben, hebben psychologen een viertal beschrijvingen gemaakt.

Type 1 dan heeft u een zekere of veilige hechtingsstijl.
Type 2 dan heeft u een angstig-vermijdende hechtingsstijl.(bang voor verlating én afwijzing, met als gevolg zowel verlatingsangst én bindingsangst : u wil zich niet binden uit angst dat het een verkeerde keuze is maar ook uit angst om verlaten of gedumpt te worden)
Type 3 dan heeft u een afwijzend-vermijdende hechtingsstijl. (niet bang voor verlating en afwijzing met als gevolg  vooral bindingsangst : u durft zich niet aan iemand binden omdat u niet kan kiezen of geen definitief engagement wil aangaan) Dit type persoonlijkheid treft men heel vaak aan bij narcisten. Narcisme is in deze optiek een uit de jeugd voortkomende relatiestoornis, die ervoor zorgt dat iemand bovengemiddeld op zoek is naar de waardering van anderen. Dat kan enerzijds betekenen dat iemand zichzelf vanzelfsprekend beter vindt dan anderen, of anderzijds leeft met het idee dat hij of zij er alleen voor staat.
Type 4 dan heeft u een gepreoccupeerde angstige hechtingsstijl (bang voor verlating met als gevolg vooral verlatingsangst: u heeft voortdurend angst om verlaten of gedumpt te worden)

In zijn algemeenheid levert de zekere of veilige hechtingsstijl de minste kans op problemen op. Mensen met een zekere hechting hebben doorgaans stabiele relaties en zijn tevreden met hun relatie, zeker als hun partner ook een zekere hechtingsstijl heeft.

Met deze uitvoerige test gaat u na welke hechtingsstijlen u hanteert. Er zijn een reeks vragen die u eerlijk moet beantwoorden. Daarna krijgt u voor de vier hechtingsstijlen een score. De hechtingsstijl(en) waar u het hoogst op scoort, is de hechtingsstijl die uw relatieleven bepaalt.  Wilt u verder nagaan hoe hechtingservaringen in uw kinder- en jeugdjaren en uw huidige hechtingsstijl uw relatieleven beïnvloedt zoek dan hulp bij een seksuologisch hulpverlener/relatietherapeut.

U moet alle vragen beantwoorden om een eindscore te kunnen berekenen.

Bronnen voor deze inleiding

Pieternel Dijkstra Omgaan met hechtingsproblemen Bohn Stafleu Van Loghum